Het nieuwe orgel in de Gereformeerde Gemeente te Aagtekerke.

Het nieuwe orgel is diagonaal gericht op de ruimte en geplaatst op de natuurstenen vloer, links van de kansel.
Het instrument heeft twee manualen en een vrij pedaal en bezit 29 registers (één gereserveerd). De stemmen zijn verdeeld over hoofdwerk, bovenwerk en een zelfstandig pedaalwerk. De dispositie (zie achterzijde boekje) is zo samengesteld, dat er een goede “balance” heerst, tussen “Forte, Mezzoforte en Piano”. De zachtste stemmen binnen het klankpalet zijn met drie zogenaamde strijkers vertegenwoordigd, waaronder ook een zwevend gestemd register Vox Celeste (hemelse stem) is opgenomen. Veelal wordt aangenomen dat dergelijke registers eerst veel later in de orgeldisposities zijn opgenomen, maar deze zwevend gestemde registers zijn reeds in de 17e eeuw in Italië ontwikkeld en bijna in ieder oud orgel aldaar onder de naam voce humana  (menselijke stem) te vinden.
In het geheel nieuw klassiek gebouwde orgel is gedeeltelijk gebruik gemaakt van pijpwerk uit het vorige orgel. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt, dat dit pijpwerk qua mensuratie, toonhoogte, opsnede etc. geheel in het nieuwe concept naadloos is ingevoegd en compleet nieuw is geïntoneerd, zodat er eigenlijk alleen maar sprake kan zijn van oud materiaal.
 
De functionele indeling van het orgelfront is gebaseerd op de zogenaamde werkopbouw van het instrument, waarbij de verdeling van de verschillende werken duidelijk te zien is. Het hoofdwerk met de Prestant 8 voet vanaf groot C, is met de vier natuurlijke vocale stemliggingen: Bas, Tenor, Alt en Sopraan zichtbaar in het front vertegenwoordigd. In de middentoren staan de grootste pijpen van de basligging en in de zijtorens is de tenorligging geplaatst. In de onderste vlakke tussenvelden is de zogenaamde “Discantus” (sopraan en alt) ligging ondergebracht. Bij deze klassieke indeling zijn de muzikale liggingen ook in het front visueel en auditief vertegenwoordigd. Boven in het midden van de orgelkast is het bovenwerk (tweede manuaal) pyramidaal opgesteld. De Prestant 4 voet van dit werk is in de bovenste tussenvelden van het front vertegenwoordigd. De frontpijpen zijn uit tin vervaardigd en met de hand uitgeschaafd. Alle frontpijpen zijn klinkend en op de exacte toonlengte afgesneden, waardoor logische en natuurlijke verhoudingen ontstaan met een fraai evenwicht tussen grote en kleine pijpen. Daar het binnenwerk van het orgel volgens dezelfde structuur is geordend ontstaat daarmede een zichtbare en hoorbare organische eenheid. Hierbij wordt in de letterlijke zin van het woord het frontregister Prestant (latijn prae-stare, afgeleid van vooraanstaand), de optische vertegenwoordiger van het binnenwerk. Het pedaalwerk is een zelfstandige kast,  achter het hoofdwerk geplaatst. Dit werk is met een daar tussenliggende stemvloer op wens, door open gewerkte panelen met de hoofdwerkkast verbonden. De klassieke windverzorging met keilbalgen is onder het pedaalwerk achter in de onderkast geplaatst. Deze aanleg van de gehele windverzorging geeft het orgel een natuurlijke, ademende en tevens zekere windkwaliteit. Dit is van elementaire betekenis voor de vocaliteit van het grootste blaasinstrument. Het is betekenend dat in vele oude talen (b.v. in het Latijn “Ventus”) het woord voor adem, lucht  en geest en ziel identiek zijn!
 
In de onderkast is aan de frontzijde centraal de speeltafel aangebracht. In deze positie ontstaan de gunstigste verhoudingen voor de gehele traktuur (mechanische besturing van het orgel), waardoor een exacte en aangename precieze speelaard ontstaat. De centrale positie van de organist is voor de klankbeleving en vooral de klankcontrole van de grootste betekenis. Sinds de schepping is o.a. het menselijk gehoor ook axiaal, symmetrisch aangelegd. Links en rechts van de klaviaturen zijn de fraai gedraaide registerknoppen aangebracht, waarmede de organist de verschillende klankgroepen (registers) bedient.
De orgelkast is uit massief kwartiers gezaagd eikenhout vervaardigd en geheel handgeschaafd. Het instrument is tot in het kleinste detail volgens de klassieke, kunstambachtelijke werkwijze gemaakt, zonder gebruikmaking van schroeven of spijkers! De speel- en registertractuur zijn rein mechanisch gebouwd en van zogenaamde “staart” klavieren (éénarmig) voorzien. De ondertoetsen zijn met been belegd en de boventoetsen zijn  uit ebbenhout gemaakt. De frontons van de ondertoetsen zijn met een handgestoken functionele versiering voorzien. De winkelhaken zijn uit messing en alle verdere onderdelen van de mechaniek zoals: welborden, registerzwaarden en wellen, abstracten etc. zijn uit eikenhout gemaakt. Een bijzonderheid is dat onder alle windladen extra stemtoetsen zijn aangebracht, waardoor het orgel zeer comfortabel, zonder hulp van een extra persoon aan de speeltafel,  door één persoon kan worden nagestemd.
 
Het gehele open pijpwerk is precies op toonlengte afgesneden en de metalen gedekte pijpen zijn op toonlengte dicht gesoldeerd. Tevens zijn alle pijpen in hun positie gefixeerd. Dit draagt ertoe bij, dat de stemstabiliteit van het orgel optimaal is te noemen.
 
De tongwerken zijn eveneens in de klassieke bouwwijze gemaakt. De handgemaakte kelen, stemkrukken en handgevijlde tongen worden eveneens in ons eigen atelier gemaakt. De windladen zijn uit eikenhout gebouwd, de voorslagen van de ventielkasten zijn zelfsluitend volgens ons speciaal patent geconstrueerd. Als bijzonderheid wil ik u nog attenderen op de intonatie (klankgeving) van het orgel, die van de kleinste tot de grootste pijp toe, uitsluitend ter plekke in de kerk is uitgevoerd. Iedere vorm van voorgefabriceerde confectie intonatie wordt daarmede bewust vermeden. Dit is de enige juiste en historische methode om orgels exact op de akoestiek van de ruimte af te stemmen. Het klassieke pijporgel is het enige muziekinstrument wat speciaal op de ruimte wordt geconcipieerd.
De zingende gemeente wordt begeleid door een instrument waarvan we kunnen zeggen, dat het uit dezelfde lucht ademt en een éénheid daarmee vormt en de stof waaruit het gemaakt is, als het ware bezielt. Dit maakt het vocaal klinkende met wind aangedreven pijporgel tot de “Koningin” van alle muziekinstrumenten , zoals de bekende componist Wolfgang Amadeus Mozart het heeft geformuleerd.
Moge deze belangrijkste opgave van het nieuwe orgel in uw gemeente ter ere van God, de Allerhoogste, haar dienst nog lang vervullen.
 
Mede namens mijn medewerkers wil ik u mijn grote dank uitspreken, voor de gelegenheid dit nieuwe orgel in de Gereformeerde Gemeente te Aagtekerke te bouwen. Tenslotte betuig ik ook mijn dank voor de zeer goede samenwerking met allen.  Soli Deo Gloria.
 
Aagtekerke, januari 2011
Bernhardt H. Edskes
Orgelbouwer